Hoe TERUN werkt
De methode achter het schema: hoe TERUN je lopen leest en het schema gelijke tred laat houden met je echte fitheid.
1. Het schat je fitheid uit ruwe data
TERUN fit de relatie tussen je pace en hartslag op rustige stukken van je duurlopen, in plaats van op gemiddeldes over de hele loop, die door warming-ups en stops vertekend raken. Uit die fit leest het je drempeltempo af en zet dat om in een voorspelde wedstrijdtijd (via Riegel). De schatting is uitgesmeerd over zo'n drie weken, zodat hij zich verstandig gedraagt: één topsessie duwt hem een beetje, maar laat hem niet springen.
2. Het zet een doel om in een periodiek schema
Geef een wedstrijdafstand en datum op, en het legt een klassieke basis → opbouw → piek → taperschema neer. Streeftempo's voor elke training komen uit je fitheidsschatting, dus ze bewegen mee: word je fitter, dan beweegt het schema sneller met je mee, en hoef je nooit zelf een nieuwe doeltijd in te voeren.
3. Het plant je hele trainingsweek
- Cross-training: fietsen en zwemmen geven een kleine, voorzichtige boost aan je fitheidsschatting die vanzelf wegzakt. Hardlopen is leidend en overschrijft dat bij de eerstvolgende kwaliteitsloop.
- Kracht: je oefeningenpool wordt per week samengesteld tot gebalanceerde sessies, afgestemd op je herstel.
- Gedeelde vermoeidheidsrekening: elke sport betaalt mee, met sportspecifieke afbouw (kracht en spierpijn trekken langzamer weg). Dit bepaalt of je fris genoeg bent voor een zware duurloop, en haalt een zware krachtsessie lichter in plaats van je te laten overtrainen.
4. Het luistert naar hoe je je voelt
Een dagelijkse check-in (“iets van pijn? hoe voelen de benen?”) vangt op wat sensoren niet zien. Beengevoel, energie, slaap en pijn leveren een gereedheidsscore op die de effectieve vermoeidheid kan verhogen en de sessie van vandaag kan aanpassen: doorgaan → makkelijker → omzetten naar cross-training → rust → doorverwijzen naar de fysio. Pijn wordt los van vermoeidheid behandeld: vermoeidheid betekent “ga rustig aan”, pijn betekent “loop er niet op door”, en scherpe of aanhoudende pijn stuurt altijd naar rust, nooit naar doorbijten.
5. Het blijft eerlijk over je doel
Elke week projecteert het je traject naar wedstrijddag. Loop je achter, dan zegt het dat en stelt het een haalbaar doel voor. Zie is mijn wedstrijddoel realistisch?
Wat het niet is. Een goede adaptieve planner, geen volwaardige coach. Het ziet pace, hartslag en wat je logt of vertelt, niet je looptechniek, stressniveau, of een naderende ziekte. Blijf zelf meedenken, en ga naar een fysiotherapeut als iets pijn doet.